Wanneer een kweekvis goed groeit en niet ziek wordt, mag je er dan van uitgaan dat hij het naar zijn zin heeft in het water waarin hij zwemt?
Niet zonder meer,concluderen onderzoekers van Wageningen UR. Maar groei blijkt wel een belangrijke welzijnsindicator. Proefopstellingen met een zogenaamde preferentiekamer moet duidelijk maken welke watercondities de vis zelf verkiest.
Het water in kweekvisbassins moet continu ververst worden om het te ontdoen van overgebleven voedselresten en uitscheiding van de vis. Het vervuild water wordt binnen het systeem gezuiverd en hergebruikt. Op die manier wordt zo weinig mogelijk water en energie verspild. Dit recirculatiesysteem maakt het mogelijk om met een beperkt energieverbruik het kweekwater te verwarmen. Zodoende is het ook in het Nederlandse klimaat rendabel om warmwatervissoorten te kweken. Vrijwel alle viskwekers in Nederland gebruiken recirculatiesystemen.
Kweekvis
Alhoewel duur, is het technisch gezien mogelijk om het vervuilde water te zuiveren tot drinkwaterkwaliteit. Maar nog belangrijker is dat dat op een bedrijfseconomisch verantwoorde manier gebeurt en dat de waterkwaliteit wordt afgestemd op de behoeften van de kweekvis. Die is voor elke vissoort weer anders. Een goede snelle groei staat ook bij vissen niet noodzakelijk garant voor een goed welzijn. In het project Voortzetting ongerief vis in recirculatiesystemen proberen onderzoekers van Wageningen UR er achter te komen welke factoren nog meer invloed hebben en wat de vis zelf prefereert. Het onderzoek richt zich op de Afrikaanse meerval en de tong.
De Afrikaanse meerval is na de paling de meest gekweekte soort in Nederland en tong wordt naar verwachting in de nabije toekomst een belangrijke kweekvissoort.
Ammoniagehalte
Met name het ammoniagehalte op meervalkwekerijen blijkt soms behoorlijk hoog. Maar omdat de meerval zich goed weet aan te passen, is het moeilijk aan te geven bij welke concentraties het dier fysiologisch verstoord raakt. De onderzoekers stelden aan de hand van de voedselopname en groei van de vis een maximaal toelaatbare ammoniagehalte in het water vast. Het blijkt dat een te hoge concentratie ammoniak leidt tot een verminderde voeropname en een lagere groei voordat er sprake was van een lichamelijke verstoring. Voeropname en groei zijn dus belangrijke welzijnsindicatoren voor de meerval. Het verbeteren van de kweekomstandigheden gaat in dit geval hand in hand met het verhogen van de productie.
Zuurgraad
Het is vrij goed mogelijk om in recirculatiesystemen een lage zuurgraad (pH 5/6) te handhaven. Zoetwatervissen doen het hier zelfs zo goed op dat ook kwekers van zeevis geïnteresseerd zijn in het kweken bij lage pH-waarden. Zoutwatervissen komen echter uit een veel stabieler pH-milieu dan zoetwatervissen en het is nog maar de vraag of een lage zuurgraad bij hen niet leidt tot fysiologische verstoring, ongerief en lagere productie. De onderzoekers testen daarom het effect van een lage pH-waarde op de fysiologische gesteldheid en groei van tong. Alhoewel vervolgonderzoek nodig is, lijken de eerste resultaten erop te wijzen dat een lage pH inderdaad leidt tot fysiologische verstoringen bij de tong.
Preferentiekamer
Om erachter te komen welke waterkwaliteit de vis zelf prefereert, is naar Amerikaans voorbeeld een cirkelvormige proefopstelling gemaakt waarin de vis zelf kan zwemmen naar de ruimte met de waterkwaliteit die hij verkiest. Deze zogenaamde preferentiekamer (zie foto) leidt de vis in een zwemkanaal langs water met verschillende:
- temperaturen
- pH-waarden
- nitraatgehalten
- ammoniagehalten
Verschillende soorten water stromen vanaf de zijkanten met een zodanige snelheid de cirkel binnen dat er geen vermenging van de watersoorten ontstaat. Onderzoekers turven de watersoort waarbij de vis uit zichzelf het meest blijft ‘hangen'. Daarbij wordt rekening gehouden met de water- en temperatuurcondities waarin hij daarvoor verbleef. Met de preferentiekamer hopen de onderzoekers vast te kunnen stellen welke waterkwaliteitsparameters bruikbaar zijn als indicatoren voor het vissenwelzijn.
Links